Wim Nys, Een zeldzame bundel met bladornamenten en modellen voor juwelen naar J. le Juge? Of hoe rond 1700 in Amsterdam de krenten uit de pap gehaald worden

Add Your Heading Text Here

7,00

Een zeldzame bundel met bladornamenten en modellen voor juwelen naar J. le Juge? Of hoe rond 1700 in Amsterdam de krenten uit de pap gehaald worden

Wim Nys in De Gulden Passer, vol. 103 (2025), nr. 1, pp. 121–140

Beschrijving

Het werk van Thomas Lejuge werd geapprecieerd, zodanig dat er op de cover door de uitgever Jacques le Moine de l’Espine en in zijn voetspoor door Pieter I Schenck concreet, zij het foutief, naar verwezen wordt, terwijl het merendeel van de prenten, gegraveerd door Johannes Jacobsz en Rinske Jacobsz Folkema, gebaseerd is op voorbeelden van andere edelsmeden en graveurs die niet alleen in Parijs (ca. 1672–1678), maar ook in Genève (1673–1682), Augsburg (1695) en Wenen (1697) werden gerealiseerd.

Soms werden de prenten op meerdere plaatsen heruitgegeven, waarbij het niet meteen duidelijk is waar ze eerst gekopieerd of geadapteerd werden. Heikel punt in deze is de datering van de prentenreeksen die vaak in afleveringen met verschillende adressen werden uitgebracht. Op basis van de biografische gegevens van de Folkema’s en Schenck en de datering van een van de gekopieerde modellen kan hun Livre de feuillages et d’ouvrages d’orfevrerie ergens tussen 1697 en 1711 gedateerd worden. De werkwijze die door David Baumann gehanteerd werd voor de uitwerking van zijn juwelen, werd niet alleen door Folkema geïmiteerd, maar kan ook gekoppeld worden aan ontwerptekeningen voor juwelen. Deze bundel toont opnieuw aan dat edelsmeden of edelsmidsgezellen zich al dan niet noodgedwongen als graveur of uitgever van ornamentprenten profileren.

De aanwezigheid van Franse protestanten, waaronder de l’Espine en de Lafeuille, in de Noordelijke Nederlanden en in het bijzonder Amsterdam heeft zeker impact gehad op de uitgave van deze specifieke reeksen met bladornamenten en Juweel Cieraden, zoals dat ook binnen de architectuur, de interieurkunst en het geïllustreerde boek het geval was met Daniël Marot (1660/61–1752) en Bernard Picart (1673–1733).

Met dit zeldzaam en volledig werk, bovendien afkomstig uit de representatieve verzameling van architect André Bérard, verwierf de DIVA bibliotheek een belangrijke set ornamentprenten die van wezenlijk belang zijn voor een beter begrip van de juweelkunst en de stijlontwikkeling in de Nederlanden.