Description
In 1487 werd in de Brugse stadsrand het karmelietessenklooster Sion opgericht. Deze stichting sloot aan op de observantiebeweging binnen de bedelorden en droeg aanzienlijk bij tot de laatmiddeleeuwse vroomheid in de stad. Binnen de kloostermuren ging veel aandacht naar het boek. De betekenis van de nonnen voor de productie van laatmiddeleeuwse handschriften was reeds eerder het voorwerp van historisch onderzoek. In dit artikel worden drie boekenlijsten geëditeerd en geïnterpreteerd. De eerste lijst, met een aanvulling, geeft het bezit weer, 41 titels, gheinventeriert te kerstmesse anno 1501; de tweede lijst dateert uit 1513–1514 en somt 26 titels op die naar Gent werden overgebracht om te worden ingebonden. Het gaat overwegend om boeken in prente, gheprent, impressa; incunabelen dus. Ze werden als kostbaar bezit ervaren, want de lijsten staan middenin een cartularium met akten die het onroerend bezit van het klooster documenteren.
De vrij precieze titelbeschrijvingen verraden een bijna homogene Latijnse collectie. Het gaat in totaal om een vijftigtal incunabelen, overwegend theologie, sermoenen, mystiek en devotie. De lijst opent met de vierdelige Biblia met postillae van Nicolaus van Lyra en bevat onder meer edities van het werk van Hugo de Prato Florido, Pelbartus de Themeswar, Jordanes de Quedlinborg, en de Mariale van Bernardinus de Bustis.
Het lijkt erop dat deze geleerde bibliotheek werd aangelegd en gebruikt door de toezichthoudende karmelieten van Brugge en Gent. Initiatiefnemer van Sion was de theoloog Henricus Inghele (†1492), prior van het Brugse karmelietenklooster. Hij zorgde voor een beginnende collectie. Na Inghele nam de Gentse karmel de rol van spiritueel en materieel steunpunt van Sion op zich. Dit hield ook de uitbouw van een Latijnse theologische geleerdenbibliotheek in, met als spilfiguur de Gentse karmeliet Adriaen vanden Eeckhoute (†1499).
De gedetailleerde beschrijving van de incunabelen bevat informatie over de boekbanden en de zorg die aan deze boeken werd besteed. De meeste boeken waren gebonden in houten platten, overwegend bekleed met leder. Boeken in slechte staat werden te gelde gemaakt; met de opbrengst werd bindwerk gefinancierd.











